ECLI:NL:RBDHA:2025:14718

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
NL21.17933
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak, beroep ingetrokken, niet-ontvankelijk

In deze zaak heeft verzoekster op 16 november 2021 beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 10 november 2021, waarin haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Echter, op 6 december 2022 heeft verzoekster haar beroep ingetrokken. De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 17 en 27 maart 2025 verzocht om te bevestigen of zij het verzoek om een voorlopige voorziening handhaaft, maar verzoekster heeft hierop niet gereageerd. De voorzieningenrechter heeft vervolgens uitspraak gedaan zonder zitting, op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL21.17933

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 16 november 2021 beroep ingesteld, tegen het besluit van verweerder van 10 november 2021 (het bestreden besluit) waarmee de asielaanvraag van verzoekster is afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij heeft daarbij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoekster heeft op 6 december 2022 het beroep ingetrokken.
De voorzieningenrechter heeft bij berichten van 17 maart 2025 en 27 maart 2025 verzoekster verzocht om kenbaar te maken of zij het verzoek om een voorlopige voorziening handhaaft. Verzoekster heeft hierop niet gereageerd.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er een bezwaar of beroep aanhangig is.
2. Aangezien verzoekster het beroep tegen het bestreden besluit heeft ingetrokken, is er geen beroep meer aanhangig. Het verzoek om een voorlopige voorziening is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 augustus 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.