ECLI:NL:RBDHA:2025:14744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/686630 / FA RK 25-4330
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 2:1 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van vrijwillige behandelbereidheid

De rechtbank Den Haag behandelde op 16 juni 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, die momenteel verblijft in een zorginstelling, werd vertegenwoordigd door een advocaat en ondersteund door een Poolse tolk. De psychiater die betrokkene onderzocht, maar niet bij de behandeling betrokken was, gaf een medische verklaring.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan bereid te zijn de behandeling in een vrijwillig kader voort te zetten. De psychiater bevestigde dat betrokkene nog lorazepam krijgt voor de afbouw van alcoholonttrekkingsverschijnselen, maar dat een vrijwillig verblijf in de accommodatie haalbaar is. De officier van justitie werd niet gehoord omdat geen nadere toelichting nodig werd geacht.

De rechtbank stelde vast dat verplichte zorg slechts als uiterste middel mag worden ingezet indien vrijwillige zorg niet mogelijk is. Gezien de bereidheid van betrokkene en de positieve inschatting van de psychiater, concludeerde de rechtbank dat niet aan de criteria voor voortzetting van de crisismaatregel werd voldaan. Het verzoek werd daarom afgewezen.

De beschikking werd uitgesproken door rechter M.J.L. van der Waals en griffier A. Laverman. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens voldoende bereidheid tot vrijwillige behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/686630 / FA RK 25-4330
Datum beschikking: 16 juni 2025

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 12 juni 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te (onbekend),
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. Y. Polko te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op
12 juni 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 12 juni 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 12 juni 2025, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 juni 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de tolk in de Poolse taal, mevrouw Tomesen;
- de psychiater, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene bereid is in een vrijwillig kader mee te werken aan de behandeling. De advocaat verzoekt daarom namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.
Door de psychiater is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene momenteel nog lorazepam toegediend krijgt ter behandeling van de onttrekkingsverschijnselen van alcohol. De lorazepam dient klinisch te worden afgebouwd. In een gesprek met de psychiater heeft betrokkene aangegeven bereid te zijn om in een vrijwillig kader langer in de accommodatie te blijven. De psychiater heeft er vertrouwen in dat een vrijwillig verblijf haalbaar is en vindt daarom een voortzetting van de crisismaatregel niet nodig.

Beoordeling

Uit het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene bereid is de behandeling in een vrijwillig kader voort te zetten.
Op grond van artikel 2:1 van Pro de Wvggz kan verplichte zorg alleen als uiterste middel worden overwogen, indien er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn. De rechtbank stelt vast dat betrokkene voldoende bereidheid heeft getoond om de behandeling in een vrijwillig kader voort te zetten. De psychiater gaat er ook van uit dat de behandeling in een vrijwillig voort kan worden gezet. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, bijgestaan door
mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 juni 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 juni 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.