Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die op 21 mei 2025 was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 23 mei 2025 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
Eiser stelde dat zijn staandehouding onrechtmatig was omdat hij rechtmatig verblijf had en dat de politie een gevaarlijke situatie had gecreëerd. De rechtbank oordeelde dat de staandehouding op grond van artikel 50a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig was, omdat er een overdrachtsbesluit bestond dat rechtmatig verblijf bevestigde in afwachting van feitelijke overdracht volgens de Dublinverordening.
Verder betoogde eiser dat hij niet in bewaring had mogen worden gesteld vanwege lopende procedures tegen het overdrachtsbesluit en een verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank vond dat het rechtmatig verblijf niet in de weg stond aan de inbewaringstelling, omdat voldaan was aan de voorwaarden van artikel 59a Vw, waaronder het bestaan van een concreet aanknopingspunt voor overdracht en een significant risico op ontduiking van toezicht.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit conform het arrest van het Hof van Justitie van de EU en concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was geweest. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.