Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Samenvatting
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- lidmaatschap van de HDP en de hierdoor ondervonden problemen.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 22 september 2022 een asielaanvraag ingediend en beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen en het bestreden besluit van de minister van Asiel en Migratie tot afwijzing van zijn aanvraag. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
De kern van het geschil betreft het lidmaatschap van eiser van de HDP en de activiteiten die hij daarvoor zou hebben verricht. Hoewel het lidmaatschap geloofwaardig wordt geacht, acht de minister de onderbouwing van de problemen die eiser daardoor zou hebben ondervonden onvoldoende en ongeloofwaardig. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst erop dat eiser wisselende verklaringen heeft gegeven over de data van zijn betrokkenheid en de invallen bij hem thuis.
Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn asielaanvraag zo spoedig mogelijk heeft ingediend, noch dat hij bij terugkeer naar Turkije een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het lidmaatschap van de HDP op zichzelf geen gegronde vrees oplevert, mede omdat er geen bewijs is dat de Turkse autoriteiten op de hoogte zijn van zijn lidmaatschap. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.