ECLI:NL:RBDHA:2025:14797
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister had de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, waarna eiseres de minister op 7 mei 2025 verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen. Deze termijn liep af op 22 mei 2025, terwijl het beroepschrift reeds op 19 mei 2025 werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep prematuur is ingediend en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor ontvankelijkheid. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.