ECLI:NL:RBDHA:2025:14798

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.22921
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid tweede beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben op 29 april 2025 een eerste beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 27 juli 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 20 mei 2025 dienden zij een tweede beroep in tegen hetzelfde niet tijdig beslissen.

De rechtbank heeft op 29 juli 2025 reeds uitspraak gedaan op het eerste beroep. De rechtbank beoordeelt ambtshalve dat eisers geen procesbelang hebben bij het tweede beroep omdat er al een beslissing is genomen op hetzelfde verzoek, dat hetzelfde doel dient.

Verder constateert de rechtbank dat eisers geen nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wetswijzigingen hebben aangevoerd die het tweede beroep rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.22921

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het opvolgende beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 27 juli 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf.
2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
3. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet
aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.

Beoordeling door de rechtbank

4.
Eisers hebben op 29 april 2025 al een tweede beroep (NL25.19918) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 20 mei 2025 hebben eisers nogmaals een beroep (het onderhavige beroep met nummer NL25.22921) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 29 juli 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan in het beroep van 29 april 2025 (NL25.19918).
5. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen belang bij hun tweede beroep.
6. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eisers geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag hebben gelegd.

Conclusie en gevolgen

7. Het onderhavige beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eisers te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).