ECLI:NL:RBDHA:2025:14808
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 29 juli 2025 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1991, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof het verlenen van verplichte zorg op grond van artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene lijdt aan een autisforme stoornis, een psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals agressie tijdens psychotische ontregelingen en maatschappelijke teloorgang. Hoewel betrokkene aangeeft dat het beter met hem gaat en hij instemt met de zorgmachtiging, is in het recente verleden zorg geweigerd en zijn er geen mogelijkheden voor passende vrijwillige zorg.
De rechtbank heeft de mondelinge behandeling in afwezigheid van behandelaren voortgezet, omdat hun aanwezigheid niet noodzakelijk werd geacht. De rechtbank acht de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot en met 29 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot en met 29 januari 2026 voor verplichte zorg aan betrokkene.