ECLI:NL:RBDHA:2025:14841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijkend maximum toevoegingseenheden voor advocaat in 2024
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van verweerder om voor het jaar 2024 het maximum aantal toevoegingseenheden voor haar vast te stellen op 238 in plaats van 250, vanwege haar gemiddelde declaratie van meer dan 2.000 punten in voorgaande jaren. Verweerder handhaaft dit lagere maximum om de kwaliteit van de rechtsbijstand te waarborgen.
De rechtbank overweegt dat het maximum aantal toevoegingseenheden bedoeld is om te voorkomen dat advocaten te veel zaken aannemen waardoor de kwaliteit in het gedrang komt. De 2.000-puntenregeling is een achterafmaatregel die een ruime marge biedt om bijzondere situaties op te vangen. De herijking van de puntentelling voor HKT-zaken, waardoor deze zwaarder wegen, vormt geen bijzondere omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt.
Eiseres stelde dat de koppeling tussen punten en uren onjuist is en dat de beperking negatieve gevolgen heeft voor haar praktijkvoering en specialisaties. De rechtbank acht deze argumenten onvoldoende om af te wijken van het beleid. Ook het motiveringsbeginsel is niet geschonden, aangezien verweerder de afwijking van het advies van de Commissie van Bezwaar voldoende heeft toegelicht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Mollen en griffier Maas op 8 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het vastgestelde aantal toevoegingseenheden voor 2024 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.