ECLI:NL:RBDHA:2025:14847

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
NL24.41259
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Somaliër wegens ongeloofwaardig relaas en geen reëel risico bij terugkeer naar Somalië

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 8 augustus 2025, wordt het beroep van eiser, een Somalische nationaliteit hebbende man, tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 1 oktober 2024, waarin zijn asielaanvraag als ongegrond is afgewezen, behandeld. Eiser heeft op 28 oktober 2022 zijn asielaanvraag ingediend, maar de minister heeft deze afgewezen, met een terugkeerbesluit en een vertrektermijn van vier weken. Eiser heeft beroep ingesteld en verschillende documenten overgelegd ter ondersteuning van zijn claims, waaronder een overlijdensakte van zijn echtgenote en getuigenverklaringen. De rechtbank heeft op 10 juli 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door een tolk en gemachtigden.

De rechtbank oordeelt dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag terecht heeft gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig acht, maar de verklaringen over eerwraak en de dreiging van Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. De rechtbank concludeert dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer naar Somalië, aangezien Mogadishu niet onder controle staat van Al-Shabaab. De rechtbank wijst erop dat de overgelegde documenten niet voldoende zijn om de claims van eiser te onderbouwen. Uiteindelijk wordt het beroep ongegrond verklaard, en blijft het bestreden besluit in stand, wat betekent dat eiser terug moet keren naar Somalië.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41259

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

geboren op [geboortedatum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. G.M. Bouius).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 1 oktober 2024 (bestreden besluit), waarin zijn asielaanvraag is afgewezen als ongegrond. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 28 oktober 2022 onderhavige asielaanvraag ingediend. [1] De minister heeft vervolgens de asielaanvraag van eiser in het bestreden besluit van 1 oktober 2024 afgewezen als ongegrond. [2] Daarbij is aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft op 20 november 2024 de gronden van het beroep ingediend. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
Eiser heeft in beroep, voor zover van belang, de volgende stukken overgelegd. Een overlijdensakte van zijn echtgenote van 28 oktober 2024, met vertaling, en een brief over de verkrachting van zijn zus en een medisch rapport, met vertaling. Daarnaast heeft eiser een getuigenverklaring van buren in [naam land] van 20 april 2025 en een huwelijksakte van 14 april 2025, beide met vertaling, overgelegd.
2.3.
Op 19 mei 2025 heeft de minister twee verklaringen van onderzoek van Bureau Documenten (BD) van 15 januari 2025 en van 8 mei 2025, samen met een nadere toelichting, ingebracht. De huwelijksakte is positief beoordeeld qua echtheid, waarbij geen uitspraak gedaan kon worden over de opmaak, afgifte en inhoudelijke juistheid. Over de overige overgelegde documenten kon gelet op het ontbreken van voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal geen uitspraak over de echtheid worden gedaan. Eiser heeft op 26 juni 2025 daarop gereageerd.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2025, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening [3] , op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
3. Bij de beoordeling van het asielrelaas van eiser heeft de minister de volgende asielmotieven vastgesteld:
de identiteit, nationaliteit en herkomst;
de eerwraak-gerelateerde problemen;
eiser wordt gezocht door Al-Shabaab.
3.1.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De minister vindt eisers verklaringen over de eerwraak-gerelateerde problemen en dat hij wordt gezocht door Al-Shabaab niet geloofwaardig. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarnaast is een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Somalië, met een vertrektermijn van vier weken aan eiser opgelegd.
Zienswijze herhaald en ingelast
4. De enkele verwijzing naar de zienswijze en het verzoek om die als herhaald en ingelast te beschouwen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De rechtbank stelt vast dat de minister hierop in de motivering van het bestreden besluit een uitgebreide motivering heeft gegeven. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiser in beroep heeft aangevoerd.
Eerwraak-gerelateerde problemen
5. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de eerwraak-gerelateerde problemen niet geloofwaardig zijn. In het bestreden besluit, en in het voornemen van 12 juli 2024, heeft de minister dat voldoende deugdelijk gemotiveerd.
5.1.
De minister heeft bij haar standpunt kunnen betrekken dat eiser vaag en ongerijmd heeft verklaard over de omstandigheden waaronder zijn echtgenote vermoord zou zijn. Zij heeft daarbij mee mogen wegen dat eiser niet bekend is met de verblijfsplaats van zijn echtgenote in Somalië. De minister heeft in dit verband onnavolgbaar mogen vinden dat eiser geen enkel idee heeft waar in Somalië zijn echtgenote verbleef en kwam te overlijden, terwijl hij meerdere keren telefonisch contact heeft gehad met zijn echtgenote en haar nicht bij wie zij verbleef. Dat eiser stelt dat hij onder enorme stress stond en bezig was met het verwerken van zijn trauma na het overlijden van zijn echtgenote, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. De minister heeft in het verweerschrift gesteld dat het verwerken van het trauma als gevolg van het overlijden van eisers echtgenote niet van invloed kan zijn geweest op de kennis van haar verblijfsplaats vóór haar overlijden. De rechtbank volgt de minister hierin. De door eiser in beroep overgelegde overlijdensakte van zijn echtgenote doet niet af aan de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser. Zoals de minister in haar reactie van 19 mei 2025 heeft gesteld, is de inhoud van de overlijdensakte ongerijmd met de verklaringen van eiser. Daarbij heeft zij erop gewezen dat in de overlijdensakte staat dat het overlijden van de echtgenote van eiser is veroorzaakt door Al-Shabaab, terwijl eiser heeft verklaard dat zij is vermoord door haar neef en drie broers. [4] Ook de overgelegde huwelijksakte, qua echtheid positief beoordeeld door BD, heeft de minister onvoldoende mogen vinden om dit element geloofwaardig te achten. De minister stelt niet ten onrechte dat dit alleen kan aantonen dat eiser getrouwd is met diegene die wordt genoemd op de huwelijksakte.
5.2.
Daarnaast heeft de minister mogen tegenwerpen dat eiser niet wist waar hij zelf verbleef in Somalië. Dat eiser stelt dat hij weinig weet over Somalië, dat hij er maar zestien dagen verbleef, en in angst verkeerde vanwege het overlijden van zijn echtgenote, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. Van eiser mag verwacht worden dat hij weet waar hij, bij terugkeer naar Somalië, naartoe is gegaan. Daarbij mocht de minister betrekken dat eiser in het nader gehoor heeft verklaard dat hij niet wist waar hij verbleef in Somalië [5] , maar in het aanvullend gehoor [6] stelt dat hij ergens in Mogadishu verbleef. Ook heeft de minister op de zitting erop mogen wijzen dat het opmerkelijk is dat eiser wel heeft verklaard in welke wijk van Mogadishu de schoonfamilie verbleef [7] , maar dat hij niet weet waar hij zelf verbleef in Somalië of Mogadishu.
5.3.
Verder heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank ongerijmd kunnen vinden dat de schoonfamilie die de bedreigingen naar eiser stuurde, opgenomen stemgeluid van zijn echtgenote naar hem stuurde. [8] Zij heeft dit in het bestreden besluit, en in het voornemen, voldoende deugdelijk gemotiveerd. De minister heeft daarbij mogen stellen dat het onnavolgbaar is dat de schoonfamilie de kans heeft gehad om het stemgeluid van eisers echtgenote op te nemen, en naar hem te versturen. De door eiser in beroep overgelegde getuigenverklaring van de buren over de stemberichten, heeft de minister niet op een ander standpunt hoeven brengen. In de eerste plaats heeft eiser de spraakopnamen niet overgelegd. Daarnaast is niet onderbouwd wat maakt dat de getuigen hebben geconcludeerd dat de spraakopnamen van de vader en broers van de echtgenote van eiser zijn. Daarbij heeft de minister erop mogen wijzen dat de inhoud van de getuigenverklaring niet afdoet aan de tegenwerpingen in het bestreden besluit en daarmee ook niet aan de ongeloofwaardigheid van de gestelde eerwraak-gerelateerde problemen.
5.4.
Ook heeft de minister mogen tegenwerpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over of de neven van zijn schoonfamilie tegen het huwelijk waren. In het nader gehoor heeft eiser namelijk eerst verklaard dat de neven tegen het huwelijk waren, daarna dat de hele familie tegen het huwelijk was, om vervolgens te verklaren dat de neven niet tegen het huwelijk waren maar alleen de broers van eisers echtgenote. [9] Daarmee geconfronteerd in het aanvullend gehoor geeft eiser aan dat hij niet herinnert dat hij heeft verklaard dat de neven niet tegen het huwelijk waren, omdat iedereen tegen het huwelijk is. [10] De rechtbank volgt eiser niet dat dit niet tegengeworpen kan worden omdat hij tijdens de gehoren op meerdere punten heeft verklaard dat zijn schoonfamilie tegen het huwelijk was. Zoals de minister op de zitting heeft aangegeven heeft eiser namelijk, gelet op het voorgaande, niet consistent verklaard over wie binnen zijn schoonfamilie tegen het huwelijk waren.
5.5.
De stelling van eiser dat kennelijk sprake is geweest van miscommunicatie met de tolk omdat het de schoonfamilie van eiser is geweest die stemberichten stuurde naar eisers echtgenote, heeft de minister niet hoeven volgen. De minister heeft in het verweerschrift gesteld dat eiser bij de gehoren [11] heeft verklaard dat hij de tolk goed heeft verstaan en begrepen. De stelling van eiser dat bij de gehoren gebruik is gemaakt van een registertolk op B2-niveau, maakt niet dat sprake is geweest van miscommunicatie met de tolk. De minister heeft hierover in het verweerschrift gesteld dat eiser in overeenstemming met de Wbtv [12] tijdens de gehoren is bijgestaan door tolken die zijn ingeschreven in het Rbtv [13] . Daarbij heeft de minister er terecht op gewezen dat het haar op grond van de Wbtv is toegestaan om gebruik te maken van tolken op B2-niveau, als een tolk op het C1-niveau niet beschikbaar is. [14] Eiser heeft verder in alle gehoren verklaard de tolken goed te verstaan, en te begrijpen. Dat eiser stelt dat hij niet precies weet wat er onderling wordt vertaald en hoe de tolk zijn antwoord op vragen aan de gehoormedewerker heeft vertaald, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft eiser in de correcties en aanvullingen niet aangegeven dat er fouten zijn gemaakt in de vertaling tijdens de gehoren. Ook is niet onderbouwd dat sprake was van communicatieproblemen tijdens de gehoren. De stelling van eiser dat de gehoren, en in het verlengde daarvan het bestreden besluit, door communicatieproblemen met de tolk niet voldoende zorgvuldig zijn geweest, slaagt daarom niet.
Eiser wordt gezocht door Al-Shabaab
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over dat hij wordt gezocht door Al-Shabaab, niet geloofwaardig zijn.
6.1.
De minister heeft daartoe allereerst kunnen overwegen dat niet geloofwaardig is dat de neef van de overleden echtgenote van eiser lid is van Al-Shabaab. De enkele stelling van eiser dat dit wel zo is, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. Eiser heeft zijn stelling namelijk niet concreet onderbouwd. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat deze neef, in zijn hoedanigheid als lid van Al-Shabaab, op zoek is naar eiser. De minister heeft hierbij op het ambtsbericht mogen wijzen waaruit volgt dat Al-Shabaab het niet gemunt heeft op burgers voor zover deze burgers niet behoren tot een legitiem doel. [15] Zoals overheidsfunctionarissen, bepaalde zakenlieden, journalisten, medewerkers van ngo’s of anderen die als loyaal aan de overheid of buitenlandse machten werden gezien. Het is niet gebleken of onderbouwd dat eiser tot een legitiem doel behoort. Daar komt bij dat de minister de gestelde problemen van eiser met zijn schoonfamilie ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verder heeft eiser niet onderbouwd dat Arabisch sprekende personen worden gedwongen om voor Al-Shabaab te tolken, noch dat dit specifiek eiser bij terugkeer zal overkomen.
Stukken over zus van eiser
7. Eiser heeft op de zitting aangegeven dat de overgelegde stukken over zijn zus niet zien op een asielmotief, maar een onderbouwing zijn van wat hij heeft verklaard. De minister stelt zich op het standpunt dat de stukken over de zus van eiser het relaas van eiser niet aannemelijk maken. De rechtbank stelt vast dat de overgelegde informatie niet ziet op eiser, of de door eiser aangedragen asielmotieven. Dit betekent dat de overgelegde stukken de problemen van eiser niet aannemelijk maken.
Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië
8. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Van eiser wordt verwacht dat hij terugkeert naar Mogadishu. De minister heeft terecht aangevoerd dat Mogadishu niet onder controle staat van Al-Shabaab. [16] De stelling van eiser dat hij bij terugkeer door Al-Shabaab in de gaten wordt gehouden, heeft de minister dan ook niet hoeven volgen. Daar komt bij dat de minister de problemen van eiser met Al-Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verder komt uit het ambtsbericht [17] weliswaar naar voren dat terugkeerders uit het Westen te maken kunnen krijgen met discriminatie en uitsluiting, maar ook dat dit sterk afhankelijk is van de individuele omstandigheden en het sociaal netwerk. De minister heeft bij haar standpunt mee mogen wegen dat eiser de eerste vier levensjaren met zijn ouders in Mogadishu heeft gewoond en dat hij in [naam land] is opgegroeid en opgevoed door zijn Somalische moeder die hem het Somalisch in spraak en schrift heeft onderwezen. Daar komt bij dat eiser niet nader heeft onderbouwd waarom bij hem (verdere) persoonlijke omstandigheden aanwezig zijn waardoor hij eerder slachtoffer zal worden van discriminatie of uitsluiting. De stelling van eiser dat hij weinig weet van Somalië en geen bescherming heeft kunnen vragen aan een stam, leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft deze stelling namelijk niet nader geconcretiseerd of onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eiser dient terug te keren naar Somalië. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
3.NL24.41260.
4.Pagina 20 van het rapport nader gehoor en pagina 15 van het rapport aanvullend gehoor.
5.Pagina 21 van het rapport nader gehoor.
6.Pagina 13 van het rapport aanvullend gehoor.
7.Pagina 10 van het rapport aanvullend gehoor.
8.Pagina 18 van het rapport nader gehoor.
9.Pagina 16 van het rapport nader gehoor.
10.Pagina 13 van het rapport aanvullend gehoor.
11.Het nader gehoor van 14 februari 2023 en het aanvullend gehoor van 29 maart 2023.
12.Wet beëdigde tolken en vertalers.
13.Register beëdigde tolken en vertalers.
14.Zie pagina 2 van Werkinstructie 2024/5 (Samenwerken) met een tolk.
15.Algemeen ambtsbericht Somalië, juni 2023, pagina 21 en april 2025, pagina 28/29.
16.Vgl. paragraaf C7/30.4.1.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
17.Algemeen ambtsbericht Somalië, juni 2023, pagina 76 en 77 en april 2025, pagina 117.