Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Stukken over zus van eiser
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 8 augustus 2025, wordt het beroep van eiser, een Somalische nationaliteit hebbende man, tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 1 oktober 2024, waarin zijn asielaanvraag als ongegrond is afgewezen, behandeld. Eiser heeft op 28 oktober 2022 zijn asielaanvraag ingediend, maar de minister heeft deze afgewezen, met een terugkeerbesluit en een vertrektermijn van vier weken. Eiser heeft beroep ingesteld en verschillende documenten overgelegd ter ondersteuning van zijn claims, waaronder een overlijdensakte van zijn echtgenote en getuigenverklaringen. De rechtbank heeft op 10 juli 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door een tolk en gemachtigden.
De rechtbank oordeelt dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag terecht heeft gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig acht, maar de verklaringen over eerwraak en de dreiging van Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. De rechtbank concludeert dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer naar Somalië, aangezien Mogadishu niet onder controle staat van Al-Shabaab. De rechtbank wijst erop dat de overgelegde documenten niet voldoende zijn om de claims van eiser te onderbouwen. Uiteindelijk wordt het beroep ongegrond verklaard, en blijft het bestreden besluit in stand, wat betekent dat eiser terug moet keren naar Somalië.