De rechtbank Den Haag heeft op 9 juli 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak over de omgevingsvergunning voor de bouw en het gebruik van acht safaritenten als glamping nabij een adres in Kaag en Braassem. Eisers, directe omwonenden, voerden aan dat de vergunning ten onrechte was verleend en dat hun woon- en leefklimaat onevenredig zou worden aangetast door geluid, rook, privacyverlies en verkeersbewegingen.
De rechtbank oordeelde dat de omgevingsvergunning terecht was verleend door verweerder, het college van burgemeester en wethouders, ondanks dat het bouwplan afweek van het bestemmingsplan. De vergunning is verleend op grond van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid van de Wabo en is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank vond dat de mogelijke hinder van de glamping niet onevenredig is in verhouding tot de doelen van recreatie en groen.
Daarnaast wees de rechtbank de bezwaren af over het ontbreken van een ruimtelijke onderbouwing, de verkeersveiligheid, het Groenbeleidsplan en vermeende compensatiegrond voor de HSL-spoorlijn. Ook de milieubelangen werden voldoende gewaarborgd. De rechtbank concludeerde dat de vergunning in stand blijft en wees het beroep van eisers ongegrond.