ECLI:NL:RBDHA:2025:1490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en Nederland een verzoek tot terugname aan Kroatië heeft gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Kroatië vanwege structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, waaronder mishandelingen en pushbacks door Kroatische autoriteiten, en dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en zwaarwegende aanwijzingen heeft geleverd om het vermoeden van het vertrouwensbeginsel te weerleggen, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast voerde eiser aan dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening op zijn situatie vereist is vanwege onevenredige hardheid. De rechtbank vond dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere, individuele omstandigheden dit rechtvaardigen. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom artikel 17 niet Pro is toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.