Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 8 september 2024 tot en met 10 september 2024 te Beverwijk en/of 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1.045,71 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 3,4-MDMA, zijnde MDMA en/of 3,4-MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 15 april 2025 te IJmuiden, gemeente Velsen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12,05 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC/MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.De bewijsbeslissing
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
hij
op8 september 2024 te Beverwijk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht 1.045,71 gram 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 15 april 2025 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 12,05 gram MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (ZESTIEN) MAANDEN;
te weten 112 dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (TWEE) JARENvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;