De rechtbank Den Haag heeft op 12 juni 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin de vader verzocht had om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen en wijziging van het gezag van eenhoofdig naar gezamenlijk. Tevens verzocht hij om het recht op omgang met de kinderen te herstellen en een informatieregeling op te leggen aan de moeder.
De Raad voor de Kinderbescherming had uitgebreid onderzoek gedaan en geadviseerd om het omgangsrecht van de vader te ontzeggen vanwege het ernstige nadeel dat omgang zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen, vooral gezien de kwetsbare situatie van [minderjarige 1] die een suïcidepoging had gedaan en intensieve therapie ondergaat. Ook [minderjarige 2] gaf aan geen contact met de vader te willen.
De rechtbank handhaafde het eenhoofdig gezag bij de moeder en wees de verzoeken van de vader tot wijziging af wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden. Het omgangsrecht van de vader werd ontzegd, met het oog op het belang van de kinderen en hun herstel. Wel werd een beperkte informatieregeling opgelegd waarbij de moeder de vader maandelijks per e-mail informeert over belangrijke ontwikkelingen en onverwijld bij levensbedreigende situaties. De vader mag niet reageren op deze informatie of hierover discussiëren met de moeder.