AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Centraal-Afrikaanse vrouw wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een vrouw met de nationaliteit van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), diende op 20 oktober 2024 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 15 mei 2025 af als kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en tegenstrijdigheden in het relaas van eiseres over bedreigingen door (ex-)seleka-milities en haar vrees voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de medische beperkingen van eiseres, waaronder trauma’s door seksueel geweld, voldoende had betrokken in de besluitvorming. Wel was het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd over de veiligheidssituatie in de CAR, met name over het niveau van willekeurig geweld in de geboorteplaats van eiseres. Verweerder had onvoldoende onderzocht of eiseres vanwege haar persoonlijke omstandigheden een verhoogd risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en het bestreden besluit vernietigde, liet zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder in de beroepsfase alsnog voldoende had gemotiveerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
Voetnoten
1.Op basis van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, van de Vw 2000.
2.Zie artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw 2000.
3.Zie artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b van de Vw 2000.
4.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
5.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
6.Zie artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e van de Vw 2000.
7.Zie pagina 3 van het voornemen.
8.Zie pagina 13 en 14 van het verslag nader gehoor.
9.In strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
10.Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming.
11.Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a van de Awb.
12.Zie UN Security Council, ‘Central African Republic: Report of the Secretary General’ van 18 juni 2024; UN Security Council, ‘Central African Republic: Report of the Secretary General’ van 13 juni 2025; UNOCHA, ‘Central African Republic: Humanitarian Bulletin’ bijgewerkt op 13 februari 2024; OFPRA, ‘République Centrafricaine : Situation de la communauté musulmane de [geboorteplaats] depuis 2021’ van 26 september 2023; en ACCORD, ‘Central African Republic, second quarter 2024: Update on incidents according to the Armed Conflict Location & Event Data Project (ACLED)’ van 7 augustus 2024.
13.Zie Human Rights Watch, ‘World Report 2025 – Central African Republic’ van 16 januari 2025 en US Department of State, ‘2023 Country Report on Human Rights Practices: Central African Republic’ van 23 april 2024.
14.Zie overweging 5.6 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2927. 15.1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.