Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
mr. T.M.M. Plukaard, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juni 2025 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift geen gronden bevatte, ondanks dat eiser meerdere malen de gelegenheid is geboden deze alsnog in te dienen. Er is geen verschoonbare reden gegeven voor het verzuim, waaronder het ontbreken van medisch bewijs. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Verder heeft de rechtbank onderzocht of bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een niet-ontvankelijkverklaring zouden moeten voorkomen, zoals een schending van artikel 3 EVRM Pro bij gedwongen overdracht. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tot slot is gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende beroepsgronden en geen verschoonbare reden voor het verzuim.