ECLI:NL:RBDHA:2025:14983
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluiten NOW-regelingen wegens ontbreken spoedeisend belang
De rechtbank Den Haag heeft op 14 augustus 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van Granton Marketing B.V. tegen vier besluiten van 28 maart 2025, waarin de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bezwaar ongegrond verklaarde tegen de definitieve tegemoetkomingen op grond van de NOW-regelingen (periodes 3.3 tot en met 6.0).
Verzoekster stelde dat zij door de COVID-19-pandemie geconfronteerd werd met aanhoudende omzetverliezen en vaste lasten, waardoor haar liquiditeitspositie kritiek was en een faillissement dreigde. Zij had betalingsregelingen getroffen met crediteuren op basis van de verwachting dat de NOW-subsidies tijdig zouden worden uitbetaald.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat geen sprake was van een acute financiële noodsituatie of spoedeisend belang. Verzoekster gaf zelf aan dat haar onderneming levensvatbaar is en niet meer verlieslatend. Lopende verplichtingen werden voldaan en er was geen dreiging van faillissement of surseance van betaling. Ook kon verzoekster aangepaste betalingsregelingen treffen met het UWV en fiscus. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.