ECLI:NL:RBDHA:2025:15058
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker van Palestijnse afkomst
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot vaststelling van staatloosheid van een persoon van Palestijnse afkomst die sinds 2020 in Nederland verblijft met een geldige verblijfsvergunning asiel. De verzoeker bezit diverse officiële documenten, waaronder geboorteregisters en een kopie van een Syrische identiteitskaart, die de authenticiteit van zijn identiteit ondersteunen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet als onderdaan wordt beschouwd door enige staat. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. Volgens de Syrische nationaliteitswetgeving kan verzoeker de Syrische nationaliteit niet verkrijgen via vader of moeder, en naturalisatie is voor Palestijnen in Syrië in principe uitgesloten.
Op basis van deze feiten en het advies van de Staat der Nederlanden wees de rechtbank het verzoek toe zonder mondelinge behandeling. De staatloosheid van verzoeker werd formeel vastgesteld, waarmee hij erkend wordt als staatloos binnen de Nederlandse rechtsorde.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.