ECLI:NL:RBDHA:2025:15058

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 augustus 2025
Publicatiedatum
13 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/685406 / HA RK 25-259
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoeker van Palestijnse afkomst

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot vaststelling van staatloosheid van een persoon van Palestijnse afkomst die sinds 2020 in Nederland verblijft met een geldige verblijfsvergunning asiel. De verzoeker bezit diverse officiële documenten, waaronder geboorteregisters en een kopie van een Syrische identiteitskaart, die de authenticiteit van zijn identiteit ondersteunen.

De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet als onderdaan wordt beschouwd door enige staat. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. Volgens de Syrische nationaliteitswetgeving kan verzoeker de Syrische nationaliteit niet verkrijgen via vader of moeder, en naturalisatie is voor Palestijnen in Syrië in principe uitgesloten.

Op basis van deze feiten en het advies van de Staat der Nederlanden wees de rechtbank het verzoek toe zonder mondelinge behandeling. De staatloosheid van verzoeker werd formeel vastgesteld, waarmee hij erkend wordt als staatloos binnen de Nederlandse rechtsorde.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: HA RK 25-259
Zaaknummer: C/09/685406
Datum beschikking: 12 augustus 2025

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 19 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.J. Koolen te Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de Staat”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. S. Deniz.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 11 juli 2025 van de Staat;
- de brief van 14 juli 2025 van verzoeker.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
- Verzoeker is op 12 augustus 2020 Nederland ingereisd.
- Aan verzoeker is met ingang van 14 augustus 2020 een verblijfsvergunning asiel
verleend, geldig tot 14 augustus 2025.
- De nationaliteit van verzoeker is in de Basisregistratie Personen geregistreerd als
‘onbekend’.
- Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten, welke zijn onderzocht en
echt zijn bevonden:
- origineel uittreksel geboorteregister;
- UNRWA familie registratiekaart;
- origineel uittreksel huwelijksregister;
- origineel uittreksel familieregister;
- origineel familieboekje;
- origineel militair boekje.
- verder is verzoeker in het bezit van een kopie van een Syrische identiteitskaart. De
gegevens vermeld op deze identiteitskaart komen overeen met de overige in
origineel overgelegde en echt bevonden documenten.

Beoordeling

Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker te betrekken. Dit omdat verzoeker stelt van Palestijnse afkomst te zijn en hij zijn hele leven, tot het inreizen in Nederland, in Syrië heeft verbleven.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse gebieden beschouwd?
Verzoeker heeft een kopie van zijn Syrische identiteitskaart overgelegd. Hij stelt niet in het bezit te zijn van het originele document. De rechtbank is met de Staat van oordeel dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens zoals vermeld op deze kopie, nu deze gegevens overeenstemmen met de wel in origineel in bezit zijnde documenten van verzoeker (uittreksel geboorteregister, uittreksel familieregister, familieboekje en UNRWA registratiekaart), welke documenten echt zijn bevonden.
Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Hiertoe geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen daarom als staatloos.
Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder kan hebben verkregen.
Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker beschikt over de nationaliteit van Syrië.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoeker kan worden vastgesteld.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat verzoeker staatloos is.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2025.