De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. De moeder verzoekt de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen en vervangende toestemming om met het kind naar Turkije, België en Duitsland te reizen van 1 augustus tot 1 september 2025, alsmede om een paspoort aan te vragen.
De vader verschijnt niet op de zitting, ondanks correcte dagvaarding, waardoor verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter beoordeelt de vorderingen van de moeder en vindt deze niet onrechtmatig of ongegrond, zodat zij worden toegewezen in het belang van het kind.
De moeder verzoekt tevens om een proceskostenveroordeling tegen de vader, maar dit wordt afgewezen omdat de vader kennelijk niet op de hoogte is van de procedure vanwege zijn detentie in afwachting van uitlevering. De proceskosten worden daarom gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.