ECLI:NL:RBDHA:2025:1511
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning Dublinprocedure
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 oktober 2024 besloten de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken, waardoor hij geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan belang.