Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 maart 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de dagvaarding van 30 april 2025 waarbij [gedaagde 2] in het geding is opgeroepen;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze bodemzaak stond de verdeling van een woning centraal tussen de ex-echtgenote van de overledene en diens erfgenamen. De rechtbank oordeelde dat de huwelijkse gemeenschap niet was afgewikkeld en dat de verdeling van de woning als enige onderwerp van de procedure diende te zijn, met als peildatum de datum van echtscheiding.
De waarde van de woning werd vastgesteld op de aankoopprijs uit 1980, namelijk NLG 65.000, omdat de waarde in de periode daarna niet was gestegen. De ex-echtgenote stelde dat zij eigen geld had ingebracht en dat er sprake was van overbedeling, maar kon dit onvoldoende onderbouwen door het niet overleggen van relevante leningdocumenten.
De rechtbank concludeerde dat de vordering tot vergoeding van overbedeling nihil was en dat het financiële belang van een verdere procedure beperkt was. De woning werd daarom toegewezen aan de erfgenamen van de overledene. Gezien de familieverhoudingen compenseerde de rechtbank de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De woning wordt toegewezen aan de erfgenamen en de vordering tot vergoeding van overbedeling wordt afgewezen.