ECLI:NL:RBDHA:2025:15142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij zijn vriendin (referente) met wie hij samenwoont en een gezamenlijk kind heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet in het bezit was van een mvv en er volgens verweerder geen objectieve belemmeringen waren om het familieleven in Nigeria voort te zetten.
De rechtbank stelde vast dat eiser en referente een hecht gezin vormen met meerdere kinderen, waaronder een pleegdochter en een kind met een beperking. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd hoe het vertrek van eiser naar Nigeria de belangen van de kinderen zou beïnvloeden en had niet alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het standpunt van verweerder dat de kinderen en referente eiser kunnen volgen naar Nigeria niet houdbaar is, mede vanwege de leeftijd van de kinderen en het Unieburgerschap van een van hen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het familieleven in Nederland door het vertrek van eiser niet onevenredig wordt aangetast.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.