ECLI:NL:RBDHA:2025:15241
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
De rechtbank Den Haag behandelde op 23 juli 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt met een psychogeriatrische aandoening en recidiverende depressies. Cliënt verzet zich tegen opname op een gesloten afdeling en wordt daarbij ondersteund door haar familie. De advocaat van cliënt betoogde dat de ernst van het nadeel betwistbaar is en dat alternatieven zoals medicamenteuze behandeling, opgeschaalde thuiszorg en dagbesteding onvoldoende zijn onderzocht.
Tijdens de zitting werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de regisseur, casemanager, huisarts en familieleden. De regisseur en casemanager gaven aan dat cliënt in crisissituaties niet adequaat kan handelen en dat vrijwillige zorg vaak wordt afgewezen. De huisarts benadrukte het belang van 24-uurszorg vanwege de frequente paniekklachten en het overmatig bellen naar de spoedlijn.
De rechtbank concludeerde dat hoewel cliënt nadeel ondervindt door haar aandoening, de ernst daarvan relatief is en dat er nog mogelijkheden zijn om het nadeel te beperken zonder gedwongen opname. De zorg thuis kan worden opgeschaald en de familie is bereid meer zorg te bieden. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van voldoende onderzoek naar alternatieven, voldoet het verzoek niet aan de wettelijke criteria van artikel 24 Wzd Pro.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot rechterlijke machtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek om rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende onderzoek naar alternatieven en relativering van het nadeel.