Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 9 december 2024 een beslistermijn van twintig weken gesteld waarbinnen de minister moest besluiten.
De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 bij overschrijding. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 24 juli 2025.