ECLI:NL:RBDHA:2025:15270

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.9030
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank overweegt dat voordat beroep kan worden ingesteld, een ingebrekestelling moet worden gedaan, waarbij de betrokkene het bestuursorgaan schriftelijk verzoekt binnen twee weken alsnog te beslissen.

In deze zaak is de beslistermijn door een besluit verlengd met negen maanden, wat rechtmatig is bevonden door de rechtbank. De ingebrekestelling van eiser is ingediend voordat deze verlengde beslistermijn was verstreken, waardoor deze prematuur is en niet voldoet aan de voorwaarden voor beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 21 juli 2025.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.9030
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. L.M. Weber), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

2. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

4. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Bij uitspraak van
16 februari 20244 heeft deze zittingsplaats van de rechtbank deze verlenging rechtmatig bevonden. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd
.De termijn om te beslissen op
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij de minister. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 juli 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.