ECLI:NL:RBDHA:2025:15294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en te late indiening
Eiser, een Egyptische staatsburger, diende op 7 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder een reguliere verblijfsvergunning had die in 2005 werd ingetrokken. Hij stelde dat hij vanwege zijn kritiek op de Egyptische militaire junta en bedreigingen via sociale media vreest voor vervolging. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende bewijs en een te late aanvraag.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas en concludeerde dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd ter onderbouwing van zijn beweringen, zoals het originele vonnis en bewijs van bedreigingen. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over eerdere asielaanvragen, met name in België. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat hij het originele vonnis kwijt was geraakt, omdat hij dit zelf had kunnen overleggen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het feit dat eiser zijn asielaanvraag pas in 2022 in Nederland indiende, terwijl zijn problemen sinds 2011 speelden, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verhaal. De minister mocht op grond hiervan de aanvraag afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Egypte zonder vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.