ECLI:NL:RBDHA:2025:15298
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 11 februari 2025. De voorzieningenrechter heeft besloten geen zitting te houden omdat het griffierecht van €194,- niet is betaald.
Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet griffierecht worden betaald om een verzoek om voorlopige voorziening te kunnen behandelen. Verzoekster is hier schriftelijk op gewezen via een aangetekende brief van 8 april 2025, die op 11 april 2025 is bezorgd. Ondanks deze waarschuwing is het griffierecht niet ontvangen en heeft verzoekster geen geldige reden gegeven voor het niet betalen.
Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. De voorzieningenrechter zal het verzoek niet inhoudelijk behandelen en wijst het verzoek af zonder proceskostenvergoeding toe te kennen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 10 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.