ECLI:NL:RBDHA:2025:15361
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende garanties overdracht aan Frankrijk
Eiser, een asielzoeker die vanwege zijn seksuele geaardheid en traumatische ervaringen bescherming zoekt, werd door Nederland overgedragen aan Frankrijk op grond van de Dublinverordening. De minister nam zijn asielaanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht. Eiser voerde aan dat Frankrijk onvoldoende opvang en zorg biedt, vooral voor kwetsbare personen zoals hijzelf, en dat hij na overdracht aan Frankrijk geen toegang kreeg tot opvang en asielprocedure.
De rechtbank onderzocht of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk nog van toepassing is en concludeerde dat dit in principe het geval is, conform eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Echter, gelet op de bijzondere kwetsbaarheid van eiser, zijn psychische klachten, eerdere ervaringen van seksueel geweld en het recente AIDA-rapport, is twijfel gerezen of hij zonder aanvullende garanties toereikende zorg zal ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de minister had moeten vragen om aanvullende garanties bij de Franse autoriteiten voordat hij eiser overdroeg, zoals vereist is op grond van het arrest Tarakhel. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van aanvullende garanties voor eiser.