ECLI:NL:RBDHA:2025:15365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn asielaanvraag Soedanese eiser
Eiser, afkomstig uit Soedan, diende op 16 juni 2023 een asielaanvraag in. Verweerder probeerde aanvankelijk de aanvraag over te dragen aan Italië op grond van de Dublinverordening, wat uiteindelijk niet binnen de overdrachtstermijn van zes maanden gebeurde. Hierdoor werd de zaak in de nationale procedure opgenomen. Verweerder moest volgens de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden na het moment dat Nederland verantwoordelijk werd beslissen, maar door een besluit- en vertrekmoratorium voor Soedanese vreemdelingen werd deze termijn verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde meerdere keren beroep in tegen het uitblijven van een beslissing. De rechtbank oordeelde dat de maximale beslistermijn van 21 maanden, zoals bepaald in de Procedurerichtlijn, op 16 maart 2025 was verstreken zonder dat verweerder een besluit had genomen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit en droeg verweerder op binnen acht weken alsnog te beslissen.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Eiser kreeg tevens een proceskostenvergoeding van €453,50 toegewezen. De rechtbank gaf eiser het voordeel van de twijfel over het instellen van vijf beroepen zonder toelichting, maar verwacht in de toekomst een duidelijke motivering om misbruik van recht te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.