ECLI:NL:RBDHA:2025:15387
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en wijziging voorlopige zorgregeling met dwangsommen na echtscheiding
De vader en moeder zijn gescheiden en hebben een zorgregeling voor hun minderjarige kind vastgesteld gekregen bij beschikking van 17 februari 2025. De vader vordert nakoming van deze zorgregeling omdat hij zijn kind langere tijd niet heeft gezien. De moeder vordert eveneens nakoming van de zorgregeling omdat zij stelt dat de vader zich niet aan de afspraken houdt.
Tijdens de zitting op 24 juli 2025 zijn de ouders het eens geworden over een wijziging van de zorgregeling, waarbij vaste omgangsmomenten zijn vastgesteld: woensdagmiddag en zaterdagmorgen. De voorzieningenrechter heeft deze voorlopige zorgregeling bevestigd, met aanvullende bepalingen over vakanties en de mogelijkheid voor de vader om de omgang te beperken bij gebrek aan woonruimte in de buurt van Den Haag.
Gezien de moeizame naleving van de zorgregeling legt de voorzieningenrechter aan beide ouders een dwangsom op van € 25,- per dagdeel dat zij in gebreke blijven, gemaximeerd op € 250,- per overtreding. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt een gewijzigde voorlopige zorgregeling vast en legt aan beide ouders een dwangsom op bij niet-nakoming.