ECLI:NL:RBDHA:2025:15390
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot nakoming en schorsing zorgregeling in gezagszaak met aangifte seksueel misbruik
De vader en moeder zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kind, met de hoofdverblijfplaats bij de moeder. De vader vordert nakoming van de zorgregeling uit 2022, omdat de moeder de omgang met het kind belemmert. De moeder vordert schorsing van de zorgregeling en vervangende toestemming voor noodzakelijke hulpverlening, vanwege zorgen over mishandeling en seksuele handelingen door de vader, waarover aangifte is gedaan.
De voorzieningenrechter constateert dat de moeder haar beschuldigingen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, maar dat het in het belang van het kind is de status quo te handhaven zolang de aangifte en het politieonderzoek lopen. Hervatting van de zorgregeling zou te veel druk op het kind leggen. Ook voor hulpverlening via de betrokken instelling is eerst duidelijkheid nodig over de uitkomsten van het politieonderzoek.
De rechtbank wijst daarom beide vorderingen af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beslissing betekent dat het kind voorlopig niet bij de vader zal verblijven, maar ook dat de zorgregeling niet formeel wordt geschorst, totdat de bodemprocedure en het politieonderzoek zijn afgerond.
Uitkomst: Beide vorderingen tot nakoming en schorsing van de zorgregeling worden afgewezen en partijen dragen elk hun eigen kosten.