Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende zijn zevende asielaanvraag in na eerdere uitzetting en mishandeling door Taliban-leden vanwege zijn christelijke geloof en tatoeage. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de problemen van eiser niet geloofwaardig waren en dat hij veilig kon terugkeren op basis van vrijwillige terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de door eiser aangevoerde landeninformatie en de zichtbare tatoeage, die een reëel risico op ernstige schade kan veroorzaken. Tevens is het standpunt over veilige terugkeer ontoereikend gemotiveerd, vooral omdat het niet onderscheidt tussen vrijwillige en gedwongen terugkeer.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de risico's van gedwongen terugkeer en de tatoeage. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.