ECLI:NL:RBDHA:2025:15453

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 augustus 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/688847 KG ZA 25-730
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot aanvraag omgevingsvergunning en betaling factuur in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat gedaagde een omgevingsvergunning aanvraagt voor het dichtmaken van een stal conform specifieke tekeningen en dat gedaagde een factuur van €336.000 betaalt. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

Eiseres heeft enkele vorderingen ingetrokken, waaronder de verstrekking van de nulmeting en verkoopinformatie. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verduidelijking van de tekeningen geen eiswijziging is, maar een verbetering van een kennelijke fout. De vordering tot betaling van wettelijke handelsrente vanaf 1 oktober 2024 wordt afgewezen omdat de factuur pas op 1 juli 2025 is verzonden.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening de omgevingsvergunning aan te vragen en binnen één maand na verlening de stal dicht te bouwen conform vergunning. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de factuur en diverse dwangsommen bij niet-naleving. Gedaagde wordt verboden te bouwen zonder vergunning. Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het aanvragen van een omgevingsvergunning, het bouwen conform vergunning, betaling van €336.000 en dwangsommen bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/688847 / KG ZA 25-730
Vonnis in kort geding van 12 augustus 2025
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. H.J.M. van Schie,
tegen
[gedaagde] B.V.te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
[eiseres] heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 6 augustus 2025 bij de daarin opgenomen eis volhard. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] een akte wijziging eis ingediend, die feitelijk een verduidelijking is van haar vordering.
1.2.
[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij is daar niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
1.3.
Ter zitting heeft [eiseres] haar vorderingen onder A(i) (verstrekking van de nulmeting) en B(i) (verstrekking van verkoopinformatie) ingetrokken.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
De verminderde vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en deze wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.
2.2.
In de dagvaarding heeft [eiseres] onder A(ii) gevorderd dat [gedaagde] een omgevingsvergunning aanvraagt conform de tekeningen die als productie 18 en 21 zijn overgelegd. In de akte wijziging eis heeft [eiseres] haar vordering in die zin verduidelijkt dat het betreft de tekeningen van [bedrijfsnaam 1] Architecten met vermelding ' [projectnaam] ' en de tekening [bedrijfsnaam 2] Ingenieurs d.d. 7 januari 2025 ‘ [omschrijving tekening] ’, die zij als productie 20 en 23 aan de akte heeft gehecht. Deze tekeningensets waren bij dagvaarding al als productie 20 en 23 overgelegd. Nu de tekeningen al deel uitmaakten van de producties die met de dagvaarding aan [gedaagde] zijn betekend en het [gedaagde] duidelijk moet zijn geweest naar welke tekeningen in deze vordering werd verwezen, betreft de eiswijziging van [eiseres] geen eiswijziging, maar een verduidelijking van, dan wel de verbetering van een kennelijke fout in de vordering. Op deze verduidelijking/verbetering is het betekeningsvoorschrift van artikel 130 lid 3 Rv Pro niet van toepassing. De vordering wordt daarom op de hierna te vermelden wijze toegewezen.
2.3.
Voor de geldvordering onder B(ii) heeft [eiseres] op 1 juli 2025 een factuur verzonden aan [gedaagde] . Over het factuurbedrag van € 336.000,00 vordert [eiseres] wettelijke handelsrente over de periode vanaf 1 oktober 2024 tot en met 15 augustus 2025. Gelet op de factuurdatum van 1 juli 2025 valt niet in te zien dat [gedaagde] al vanaf 1 oktober 2024 wettelijke (handels)rente verschuldigd is. Het gevorderde rentebedrag van € 33.222,31 wordt daarom afgewezen.
2.4.
Om onnodige executieproblemen te voorkomen wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] de omgevingsvergunning bouwen dient aan te vragen bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.5.
Zoals gevorderd worden de vorderingen onder A(ii), A(iii) en A(iv) versterkt met een dwangsom. Deze dwangsommen zullen worden beperkt en gemaximeerd zoals in de beslissing vermeld.
2.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
2.723,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.764,04

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een omgevingsvergunning bouwen aan te vragen bij de gemeente [gemeente] conform de tekeningenset van [bedrijfsnaam 1] Architecten met vermelding ' [projectnaam] ' (productie 20 bij dagvaarding) en de tekening van [bedrijfsnaam 2] Ingenieurs d.d. 7 januari 2025 ‘ [omschrijving tekening] ’voor het dichtmaken van de stal (productie 23 bij dagvaarding);
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 3.1 voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt;
3.3.
verbiedt [gedaagde] te bouwen zonder de hiervoor in 3.1 bedoelde omgevingsvergunning en in afwijking van die vergunning;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 50.000,00 ineens indien zij met de veroordeling onder 3.3 in gebreke blijft;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na verlening van de aangevraagde
omgevingsvergunning de stal dicht te bouwen, conform de verleende omgevingsvergunning, inclusief herstel dwarsbalk;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 3.5 voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt;
3.7.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 336.000,00;
3.8.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.764,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van de Laarschot en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2025.
WJ