ECLI:NL:RBDHA:2025:15454
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag wegens plichtsverzuim bij Defensie
Verzoeker, werkzaam bij het burgerpersoneel van Defensie, is ontslagen wegens plichtsverzuim, namelijk het zonder toestemming meenemen van bestratingsmateriaal en het gebruik van een Defensievoertuig voor het vervoer naar zijn woning. Dit gedrag is erkend door verzoeker. Eerder was verzoeker al gewaarschuwd vanwege een soortgelijk plichtsverzuim in 2017, waarvoor hij een lichtere straf kreeg.
Na een melding van de Koninklijke Marechaussee werd verzoeker geschorst en kreeg hij een toegangsverbod voor defensielocaties. Tijdens hoorzittingen gaf verzoeker aan dat hij het materiaal voor een kennis had meegenomen en dat hij toestemming had moeten vragen, maar dit was vergeten. Het ontslag werd opgelegd met onmiddellijke ingang.
Verzoeker betoogde dat het ontslag disproportioneel was en dat lichtere disciplinaire maatregelen passend zouden zijn, mede gezien zijn leeftijd en financiële gevolgen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het ontslag niet onevenredig is, mede vanwege de eerdere waarschuwing en het belang van Defensie bij betrouwbaar personeel. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee het ontslag in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt afgewezen.