ECLI:NL:RBDHA:2025:1550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 12 januari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, een EU-onderdaan, stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 28 januari 2025 verschenen beide partijen, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde.
Eiser betoogde dat de grondslag voor de bewaring ontbreekt omdat hij recht heeft op vrij verblijf binnen de EU, geen direct gevaar vormt voor de openbare orde en de minister geen verwijderingsbesluit had genomen. De rechtbank stelde vast dat op 2 december 2024 een verwijderingsbesluit was genomen en aan eiser was uitgereikt, dat eiser niet aan zijn vertrekplicht had voldaan, en dat de maatregel van bewaring daarom gerechtvaardigd was.
Daarnaast voerde eiser aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, onder verwijzing naar zijn leeftijd, medische omstandigheden, EU-nationaliteit en bereidheid tot vertrek. De rechtbank oordeelde dat de minister dit voldoende had gemotiveerd, onder meer door medische beoordeling voorafgaand aan de bewaring en het ontbreken van onderbouwing door eiser voor het lichter middel.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en vond geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.