ECLI:NL:RBDHA:2025:1553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische eiser wegens ongeloofwaardigheid problemen etnische achtergrond en Al-Shabaab
Eiser, van Somalische nationaliteit en behorend tot de minderheidsgroep Reer Hamar, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende problemen met Al-Shabaab en discriminatie vanwege zijn etnische achtergrond. Zijn vader was een hoge functionaris die tijdens de val van de regering werd vermoord, wat volgens eiser leidde tot zijn persoonlijke problemen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren, en niet strookten met openbare informatie zoals het Algemeen Ambtsbericht Somalië. De minister vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom hij een uitzonderingspositie zou innemen en dat er geen concreet risico op ernstige schade bij terugkeer was.
De rechtbank oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid terecht in twijfel trok en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vanwege zijn etnische achtergrond of problemen met Al-Shabaab bescherming nodig had. Ook het verwijt dat de minister onvoldoende rekening hield met het referentiekader van eiser werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.