ECLI:NL:RBDHA:2025:1558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
11529830
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:444 BWArt. 1:445 BWArt. 1:448 BWArt. 1:354 BWArtikel 3 lid 2 onder b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve ontslag beschermingsbewindvoerder wegens tekortschieten in taakvervulling

De rechtbank Den Haag heeft op 6 februari 2025 een beschikking uitgesproken waarbij de beschermingsbewindvoerder, Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewind, ambtshalve wordt ontslagen. Deze beslissing volgt op het niet verschijnen van de bewindvoerder op een mondelinge behandeling op 21 januari 2025 in een civiele procedure over de ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

De bewindvoerder stuurde in plaats daarvan een stagiaire naar de zitting, die geen bewindvoerderstaken mag verrichten en niet geregistreerd stond bij het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM. Bovendien was de verklaring van de bewindvoerder aan de kantonrechter over haar afwezigheid onwaar; zij gaf aan zelf onderweg te zijn, terwijl zij een cursus volgde. Door deze tekortkomingen kon de kantonrechter de belangen van de betrokkene niet meewegen, wat leidde tot toewijzing van de vordering tot ontruiming.

De kantonrechter oordeelde dat dit handelen een gewichtige reden vormt voor ontslag van de bewindvoerder op grond van artikel 1:448 BW Pro. Van Rijn Bewind B.V. is benoemd als nieuwe bewindvoerder, met ingang van 7 februari 2025. Tevens is bepaald dat de ontslagen bewindvoerder een eindrekening en -verantwoording aan de nieuwe bewindvoerder moet afleggen, en dat de nieuwe bewindvoerder gerechtigd is tot vergoeding conform de geldende regeling.

Uitkomst: De beschermingsbewindvoerder wordt ambtshalve ontslagen wegens tekortkomingen en een nieuwe bewindvoerder wordt benoemd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Zaaknr.: 11529830 EJ VERZ 25-71618
Bewind nr.: 30428
Datum: 6 februari 2025

Beschikking van de kantonrechter tot ambtshalve ontslag/benoeming bewindvoerder

in het bewind over de goederen van:

[betrokkene] ,

geboren te Curaçao, Nederlandse Antillen op [geboortedatum] 1991,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
waarin thans bewindvoerder is:

Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewind,

zaakdoende te 2613 RR Delft aan de Van Bleyswijckstraat 91,
hierna te noemen: de bewindvoerder.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • de civiele procedure tussen Stichting WoonInvest en Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewind in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van betrokkene voornoemd, bij deze rechtbank bekend onder rolnummer 11315995 RL 24-17588;
  • de email van de bewindvoerder van 22 januari 2025, waarin zij een verklaring geeft waarom zij niet op de civiele zitting van 21 januari 2025 is verschenen.
De kantonrechter heeft vervolgens een Teams-gesprek gehouden met de bewindvoerder op 6 februari 2025.

Beoordeling

Bij beschikking van 12 augustus 2024 van de kantonrechter te Den Haag is een bewind ingesteld over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Thans is bewindvoerder
Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewind.
Op grond van artikel 1:448 BW Pro kan door de kantonrechter ontslag worden verleend aan de bewindvoerder wegens gewichtige redenen of omdat zij niet (langer) voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden. Van gewichtige redenen is onder andere sprake als de bewindvoerder haar taken ten opzichte van betrokkene dan wel de rechtbank niet naar behoren verricht.
Uit de beschikbare informatie blijkt dat op 21 januari 2025 om 10:15 uur een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden in de civiele procedure tussen Stichting WoonInvest en Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewind in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van betrokkene. Op deze mondelinge behandeling is de bewindvoerder niet verschenen. Tijdens het Teams-gesprek met de bewindvoerder van vandaag heeft zij desgevraagd verklaard dat zij haar stagiaire heeft verzocht namens haar op de mondelinge behandeling te verschijnen en dat zij, toen bleek dat zij niet tijdig aanwezig kon zijn, terug naar kantoor is gegaan. In haar email van 22 januari 2025 maakt zij geen melding van deze stagiaire en doet zij het voorkomen alsof zijzelf degene was die naar de zitting onder weg was. In het Teams gesprek heeft zij verklaard dat zij aan een cursus deelnam en daarom haar stagiaire naar zitting had gestuurd. De email van 22 januari 2025 is derhalve gebaseerd op een leugen. In dit verband wordt verwezen naar artikel 1:445, vijfde lid, juncto artikel 1:354 BW Pro op grond waarvan de kantonrechter bevoegd is om de bewindvoerder te allen tijde ten verhore op te roepen en de bewindvoerder verplicht is om alle door de kantonrechter gewenste inlichtingen te verschaffen.
Tot de taak van een bewindvoerder behoort het op zitting verschijnen en namens betrokkene het woord voeren. In een urgente situatie, zoals een aanstaande woningontruiming, geeft het geen pas om een stagiaire naar zitting te sturen. De vraag is overigens of het verhaal klopt omdat de stagiaire ook op de rolzitting van 24 september 2024 is verschenen. Een stagiaire mag geen bewindvoerderstaken uitvoeren, zij voldoet immers niet aan de opleidingseisen en was in dit geval ook niet bekend bij het Landelijk kwaliteitsbureau CBM. In dit geval lijkt het er op dat de stagiaire de dossierbehandelaar was.
Doordat de bewindvoerder niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft de kantonrechter de vordering van de verhuurder tot onder meer ontruiming van de woning bij vonnis van heden toegewezen. Daarbij heeft de kantonrechter de belangen van betrokkene niet kunnen meewegen, omdat deze niet door de bewindvoerder naar voren zijn gebracht. Aldus heeft de bewindvoerder als gevolg van haar handelen de belangen van betrokkene onvoldoende behartigd en is zij tekortgeschoten in de op haar rustende taken. Bovendien is betrokkene door het nalaten van de bewindvoerder in een ingewikkelde positie terechtgekomen, waarbij om een moratorium verzocht zal moeten worden om de executie van het vonnis te staken. Dit vormt naar het oordeel van de kantonrechter een gewichtige reden voor ontslag van de bewindvoerder. Op grond van artikel 1:444 BW Pro is de bewindvoerder aansprakelijk jegens betrokkene, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder te kort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.
De kantonrechter heeft betrokkene niet gehoord, vanwege het spoedeisende belang van de zaak.
De kantonrechter heeft
Van Rijn Bewind B.V., kantoorhoudende dan wel gevestigd te 3299 ZG Maasdam, Postbus 5437, benaderd en gevraagd of zij bereid is een benoeming tot bewindvoerder te aanvaarden. Zij heeft zich schriftelijk bereid verklaard de benoeming als zodanig te aanvaarden. De kantonrechter zal Van Rijn Bewind B.V. benoemen tot nieuwe bewindvoerder nu van bezwaren tegen deze benoeming niet is gebleken.
Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef Pro en onder e van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt de kantonrechter dat het ontslag van de huidige bewindvoerder ingaat per 7 februari 2025. De kantonrechter benoemt de nieuwe bewindvoerder met ingang van dezelfde datum.
Het ontslag van de huidige bewindvoerder en de benoeming van de nieuwe bewindvoerder worden ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister.

Beslissing

De kantonrechter:
- ontslaat
Stichting Restart Financieel Beheer & Beschermingsbewindvoornoemd met ingang van 7 februari 2025 als bewindvoerder over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren;
- benoemt
Van Rijn Bewind B.V.voornoemd met 7 februari als bewindvoerder over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren;
- bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en -verantwoording aflegt aan de nieuwe bewindvoerder en die vervolgens doet toekomen aan de kantonrechter;
- bepaalt dat het ontslag van de huidige bewindvoerder en de benoeming van de nieuwe bewindvoerder worden ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister;
- stelt vast dat de nieuwe bewindvoerder gerechtigd is om maandelijks voor de werkzaamheden een vergoeding in rekening te brengen als beloning zoals vermeld in artikel 3 lid 2 onder Pro b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
- stelt vast dat de nieuwe bewindvoerder gerechtigd is om een éénmalige vergoeding voor aanvangswerkzaamheden in rekening te brengen conform artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter te Den Haag, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.