ECLI:NL:RBDHA:2025:15610
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 1 april 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Daarnaast heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op de dag van de uitspraak is ook de hoofdzaak behandeld en is een uitspraak gedaan onder zaaknummer NL25.16125. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.