ECLI:NL:RBDHA:2025:15643
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende onderbouwing steunvorderingen
Verzoekster diende een verzoek tot faillietverklaring in tegen verweerster, stellende dat zij een vordering had van €203.890,80 en dat verweerster meerdere schulden onbetaald liet, waaronder vorderingen van de Belastingdienst.
Tijdens de zitting betwistte verweerster de ontbinding van leaseovereenkomsten en het bestaan van meerdere openstaande schulden. Verweerster toonde betaalbewijzen en verklaarde dat recente betalingen aan de Belastingdienst de openstaande vorderingen volledig voldeden.
De rechtbank oordeelde dat het bestaan van de steunvorderingen niet summierlijk was gebleken vanwege de geringe onderbouwing van verzoekster en de gemotiveerde betwisting door verweerster. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verweerster meerdere schuldeisers had en dat zij was opgehouden te betalen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van meerdere schuldeisers en steunvorderingen.