ECLI:NL:RBDHA:2025:15717
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten gerelateerd aan de ontvoering van zijn zoon naar het buitenland en de daaropvolgende jarenlange juridische strijd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden had slechts een deel van het gevraagde bedrag toegekend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat er geen sprake is van onverwijlde spoed. De kosten betreffen een langdurige juridische procedure en een deel van de kosten is reeds een jaar geleden betaald. Er is geen acute financiële noodsituatie die het noodzakelijk maakt om de uitkomst van het beroepsproces niet af te wachten.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. Dit oordeel heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.