De rechtbank Den Haag heeft op 22 augustus 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die wordt verdacht van het opzettelijk vervoeren, afleveren en verstrekken van ongeveer 56,9 kilogram MDMA op 28 december 2021 in Nederland.
De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en dit is door de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaard. De bewijsvoering bestond uit bekennende verklaringen, camerabeelden en forensisch onderzoek uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de schadelijkheid van harddrugs voor de volksgezondheid en het feit dat de verdachte in samenwerking met anderen handelde. Gezien het strafblad en de omstandigheden van de zaak is een gevangenisstraf van 24 maanden passend bevonden, met aftrek van twee dagen voorarrest.
De verdediging had een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit, maar de rechtbank wees dit af vanwege de ernst van het feit en het relatief beperkte aandeel van de verdachte binnen het samenwerkingsverband. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. A.W. Duijnstee.