ECLI:NL:RBDHA:2025:15783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen middelenvereiste en geen voogdij
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar tante, de referente. De minister wees de aanvraag af omdat niet aan het middelenvereiste werd voldaan, er geen aanvaardbare toekomst voor eiseres in Sri Lanka was aangetoond, en omdat referente niet de voogdij had over eiseres.
De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering van de belangenafweging door de minister, maar in het bestreden besluit bleef de afwijzing gehandhaafd. Eiseres stelde onder meer dat zij onterecht niet mondeling is gehoord, dat het middelenvereiste ten onrechte werd toegepast, en dat de minister onvoldoende rekening hield met de zorgbehoefte en opvoedingssituatie in Sri Lanka.
De rechtbank oordeelt dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden, dat het inkomen van de echtgenoot van referente niet structureel genoeg is om het middelenvereiste te halen, en dat alleen het inkomen van referente en haar echtgenoot mag worden meegewogen. Ook is niet gebleken dat er geen aanvaardbare toekomst voor eiseres in Sri Lanka bestaat. De rechtbank weegt mee dat referente door haar verhuizing naar Nederland de zorgrol heeft opgegeven en dat zij geen voogdij heeft over eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.