ECLI:NL:RBDHA:2025:15791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring na toegangsweigering
Eiseres kreeg op 30 juli 2025 een besluit tot toegangsweigering en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Tegen deze besluiten stelde zij beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De maatregel van bewaring werd op 20 augustus 2025 opgeheven. Tijdens de zitting op 21 augustus 2025 kwamen partijen overeen dat eiseres recht heeft op een schadevergoeding voor de periode van 30 juli tot en met 20 augustus 2025. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond, omdat daarvoor geen gronden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was en kende een schadevergoeding toe van € 2.200,- voor 22 dagen bewaring. Daarnaast werden de proceskosten van eiseres vastgesteld op € 1.814,- en werd verweerder daartoe veroordeeld. Het vonnis werd uitgesproken door rechter E.M.A. Vinken in aanwezigheid van griffier J.R. Froma.
Uitkomst: Beroep tegen toegangsweigering ongegrond; onrechtmatige bewaring leidt tot schadevergoeding van € 2.200,- en veroordeling in proceskosten.