Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op haar nareisaanvraag, ondanks een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was gesteld. De rechtbank stelt vast dat de minister deze termijn heeft overschreden en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank legt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De minister had reeds een bestuurlijke dwangsom van €1.442 toegekend, waar de rechtbank zich niet verder over uitlaat.
Verder wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van €187 en een proceskostenvergoeding van €453,50, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot tijdige besluitvorming zou wegnemen.