ECLI:NL:RBDHA:2025:15860
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting parate executie hypotheekappartement
Eiser vordert in kort geding de opschorting van de parate executie van een appartement waarop een hypotheekrecht rust, totdat onherroepelijk vaststaat dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is. Hij stelt dat hij twee registergoederen had gekocht, maar dat voor een van de objecten (de viskraam) geen recht van opstal en bouwvergunning was verleend, en dat hij de inhoud van de leverings- en hypotheekakte niet begreep vanwege taalbarrière. Tevens betwist hij dat hij met de gedaagden een koopovereenkomst heeft gesloten.
De gedaagden beroepen zich op de authentieke hypotheekakte waarin het recht van hypotheek en parate executie is vastgelegd. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat er sprake is van een kennelijke feitelijke misslag in de hypotheekakte. Ook is niet gebleken van misbruik van executiebevoegdheid door de gedaagden.
Gezien het langdurige verzuim van eiser met betalingen en het belang van gedaagden bij voortzetting van de executie, weegt het belang van eiser bij opschorting minder zwaar. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting van de parate executie van het appartement wordt afgewezen.