ECLI:NL:RBDHA:2025:15874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement naar wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De heer is op 8 augustus 2023 failliet verklaard. Hij verzocht op 22 april 2025 om opheffing van het faillissement en gelijktijdige toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De curator steunde dit verzoek. De rechtbank behandelde het verzoek op 17 juli 2025.
De rechtbank overweegt dat omzetting van faillissement naar WSNP mogelijk is onder voorwaarden, waaronder dat het faillissement niet op verzoek van de schuldenaar is uitgesproken of dat het niet verwijtbaar is dat de schuldsaneringsregeling niet eerder is aangevraagd. De rechtbank acht het niet verwijtbaar dat de heer het verzoek niet eerder deed.
Echter, de rechtbank oordeelt dat de heer niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Er zijn aanzienlijke schulden bij het CJIB en de Belastingdienst die voortkomen uit verkeersovertredingen, milieu-inspecties en het niet bijhouden van een administratie. Tevens toont de heer een niet-saneringsgezinde houding door niet te solliciteren ondanks het ontvangen van een uitkering en het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek af om het faillissement op te heffen en gelijktijdig de WSNP toe te passen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing faillissement en gelijktijdige toelating tot WSNP wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en niet-saneringsgezinde houding.