Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[cliënt] ,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 april 2025.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek tot een opvolgende rechterlijke machtiging voor een cliënt die lijdt aan de progressieve ziekte van Huntington en momenteel verblijft in een instelling. De cliënt verzet zich tegen het verblijf en wil terug naar huis, maar is niet in staat tot adequate zelfzorg en vertoont gedragsproblemen die gevaar opleveren.
De advocaat van de cliënt betoogde dat het zorgplan onvolledig is en dat de interne rechtspositie van de cliënt onvoldoende wordt gewaarborgd. Ook werd een depressie gesignaleerd en werd verzocht het verzoek af te wijzen of aan te houden. De arts bevestigde dat het cliëntplan het zorgplan is en dat de cliënt veel structuur en begeleiding nodig heeft.
De rechtbank oordeelde dat het zorgplan voldoende is en dat de besluitvorming over onvrijwillige zorg bij zorgprofessionals ligt. De ernstige nadelen van de ziekte, waaronder levensgevaar door ontregelde diabetes en gedragsproblemen, maken het verblijf noodzakelijk. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De rechtbank verleent daarom de opvolgende machtiging voor de duur van één jaar, ondanks het verzet van de cliënt, om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Uitkomst: De rechtbank verleent de opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf in de instelling voor de duur van één jaar.