ECLI:NL:RBDHA:2025:15918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens overdracht aan Zweden op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Ethiopische asielzoekster, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder stelde dat Zweden verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening en nam de aanvraag niet in behandeling.
Eiseres voerde aan dat terugkeer naar Zweden onomkeerbare gezondheidsrisico's met zich meebrengt vanwege haar trauma's, waaronder genitale verminking en psychische klachten zoals depressie en suïcidale gedachten. Zij beriep zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het arrest C.K. van het Hof van Justitie EU, stellende dat overdracht tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheid zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende objectieve medische stukken had overgelegd waaruit blijkt dat zij in behandeling is bij een specialist of dat een overdracht aan Zweden een reëel risico op suïcide of onomkeerbare achteruitgang inhoudt. De ingebrachte medische informatie bevatte geen risicobeoordeling door een behandelaar. De rechtbank concludeerde dat verweerder conform Werkinstructie 2021/3 heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank wees erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Zweden vergelijkbare medische voorzieningen biedt. Eiseres slaagde er niet in aan te tonen dat Nederland het meest geschikte land voor haar behandeling is. Het bestreden besluit blijft daarom in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Zweden wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische onderbouwing van onomkeerbare gezondheidsrisico's.