ECLI:NL:RBDHA:2025:16021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende op 6 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder in Luxemburg een asielverzoek had ingediend. Nederland verzocht Luxemburg om terugname, wat werd geaccepteerd.
Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat geen aannemelijk risico op een met het Handvest strijdige behandeling bij overdracht aan Luxemburg was gebleken. Eiser stelde dat hij vreest voor indirect refoulement vanwege afwijzing van zijn eerdere aanvraag in Luxemburg en zijn medische situatie, en verzocht om onverplichte behandeling in Nederland wegens onevenredige hardheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd dat Luxemburg niet adequaat zou handelen. De medische omstandigheden en leeftijd van eiser vormden geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.