ECLI:NL:RBDHA:2025:16041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken connexiteitsvereiste in verblijfsstickerzaak
Verzoeker heeft op 5 februari 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het niet afgeven van een verblijfssticker in zijn paspoort. Dit verzoek werd gedaan hangende bezwaar en beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie. De minister verklaarde het bezwaar op 12 maart 2025 ongegrond. Verzoeker stelde beroep in, maar trok dit op 28 maart 2025 in.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat ten tijde van de beslissing op het verzoek geen beroepsprocedure meer liep. Hierdoor ontbrak de vereiste formele connexiteit, die inhoudt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan tijdens een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.
Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.M. Emaus en is definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een lopende beroepsprocedure.