ECLI:NL:RBDHA:2025:16062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
25.23373
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat volgens het bestreden besluit Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting.

Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep zelf, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is openbaar gemaakt en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23373

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister(gemachtigde: mr. L. Augustinus).

Inleiding

1. Bij besluit van 22 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.23372, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.